De Pesters..

Kinderen die pesten zijn vaak de sterksten uit de groep.

Ze gedragen zich agressiever en reageren eerder met geweld dan andere kinderen.

Meestal doen ze ook agressief ten opzichte van volwassenen: de trainer, leerkracht of hun ouders.

Pesters lijken populair in een groep, maar zijn het uiteindelijk niet.

Ze dwingen hun populariteit in de groep af door te laten zien hoe sterk ze zijn en wat ze allemaal durven.

Via pesten lukt ze dat het makkelijkst: ze krijgen andere kinderen mee bij het te pakken nemen van een slachtoffer.

En wie mee doet, loopt minder kans zelf slachtoffer te worden.

Pesters komen vaak heel zelfverzekerd over.

Ze nemen het initiatief om de regels te overtreden, verzinnen hoe ze andere kinderen en volwassenen dwars kunnen zitten.

Ze zijn er vaak goed in zichzelf ‘uit de problemen te praten’.

Doorgaans voelen ze zich niet schuldig dat ze pesten, vooral als ze met een groepje zijn.

Het slachtoffer zien ze als een stommeling die ‘erom vraagt gepest te worden’.

Soms is een pestkop een kind dat in een andere situatie zelf gepest werd.

Om te voorkomen weer het mikpunt van pesten te worden, kan een kind zich bijvoorbeeld in de zwemclub of op een andere school agressief gaan opstellen.

Er lijken meer pestende jongens dan meisjes te zijn, maar waarschijnlijk is dat maar schijn.

Meisjes pesten vaker op een subtiele manier.

Ze pesten meer met woorden, maken geniepige opmerkingen of sluiten andere kinderen buiten.

Waarschijnlijk wordt er door meisjes ook meer in kleine groepjes gepest. Uit onderzoek is minder bekend van pestende meisjes dan van jongens.

Een pestend kind dat zijn gang kan gaan, leert dat pesten de enige manier is om je in een groep te handhaven.

Het leert niet om zijn agressie op een andere manier te uiten.

Pesters kunnen lang last ondervinden van hun agressieve gedrag ten opzichte van anderen.

Ze hebben bijvoorbeeld vaak moeite om vrienden te maken of te houden.

Het tegengaan van pesten is daarom niet alleen van belang voor de slachtoffers. Het is ook goed voor de pesters, om hun kansen op een normale ontwikkeling zo groot mogelijk te maken.